Suicidepreventie Amsterdam

Naam interventie Suicidepreventie Amsterdam
Erkenningsstatus Goed onderbouwd
Datum erkenning 10-09-2020
De interventie in het kort
Doelgroep

Het project heeft verschillende doelgroepen.

  • De eerste pijler richt zich op intermediairs, gatekeepers: professionals en vrijwilligers, die via hun werk in aanraking kunnen komen met mensen met suïcidale gedachten.
  • De tweede pijler is gericht op mensen, die een poging tot zelfmoord gedaan hebben. Ze worden actief benaderd en ondersteund door een casemanager van de GGD.
  • De derde pijler richt zich op nabestaanden van mensen, die zelfmoord gepleegd hebben.
  • De vierde pijler richt zich op beleidsmedewerkers, die een rol kunnen spelen in het beperken van ingang tot dodelijke middelen.

 

Doel

Doel van het project is het verminderen van het aantal suïcides en suïcidepogingen in Amsterdam.

Aanpak in het kort

Dit is een integrale aanpak met vier speerpunten uitgewerkt in vier subprojecten:

  • Herkennen en omgaan met suïcidaliteit. Gatekeeperstraining.
  • Actieve toeleiding naar nazorg van suïcidepogers op de Spoedeisende Eerste Hulp. Casemanagement.
  • Bevorderen van een gevarieerd en toegankelijk lokaal hulpaanbod voor opvang en ondersteuning van nabestaanden van suïcide.
  • Beperken toegang tot dodelijke middelen.

 

Uitvoering
Type organisatie

De interventie kan uitgevoerd worden door een gemeente of een regio. Het is opgezet als samenwerking tussen de GGD, GGZ-instellingen en grote ziekenhuizen. In Amsterdam heeft de GGD de leiding en een regie rol, omdat dit een opdracht van de gemeente is, die het project financiert. In andere gemeentes of regio’s is het mogelijk om te kiezen voor een andere trekker, bijvoorbeeld een GGZ-instelling.

Pijler 1. Herkennen en omgaan met suïcidaliteit. Gatekeeperstraining.

De gatekeepertrainingen worden uitgevoerd door de GGD op een door de organisatie van de deelnemers gekozen en geregeld locatie. De zaal moet niet alleen groot genoeg zijn zodat 16 mensen aan tafel kunnen zitten, maar er moet ook genoeg ruimte zijn om in tweetallen te oefenen. Men moet met stoelen kunnen schuiven zonder elkaar te storen. De organisaties, die gatekeeperstrainingen aanvragen, variëren van scholen, universiteiten, POH-GGZ, welzijn organisaties, schuldhulp organisaties, klantmanagers statushouders tot buurt organisaties, LGBT+ organisaties etc.

Pijler 2. Actieve toeleiding naar zorg suïcidepogers SEH. Casemanagement.

Deze interventie begint op de SEH van het ziekenhuis waar een suïcidepoger opgenomen is. Als de patiënt in aanmerking voor casemanagement komt, neemt de casemanager telefonisch contact met de patiënt. Afhankelijk van de ernst van de problematiek, de inschatting van de casemanager en de voorkeur van de patiënt, kan de interventie doorgaan via telefonisch contact, huisbezoeken of afspraken op een door de patiënt gekozen locatie.

Pijler 3. Bevorderen van een gevarieerd en toegankelijk lokaal hulpaanbod voor nabestaanden.

Deze interventie vindt plaats op locaties van de GGZ-instellingen die de gespreksgroepen aanbieden. Regelmatig vindt een overleg tussen de projectleider van de GGD met de gespreksgroepenleiders op de GGD of in een van de instellingen.

Pijler 4. Beperken toegang tot dodelijke middelen

De monitoring wordt uitgevoerd door een epidemioloog bij de GGD.

Randvoorwaarden

De kans van slagen van een integrale aanpak suïcidepreventie is afhankelijk van een aantal randvoorwaarden. Het Trimbos-instituut (Romijn & Bool, 2010) en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Bramer, Zelfde & Sturkenboom. 2010) concluderen dat een gezamenlijke, planmatige en brede aanpak van de regionale GGD en instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) onder regie van de gemeente de meeste kans op succes biedt. Om deze aanpak te kunnen realiseren, is er financiering nodig. Deze kan uit de gemeente of de GGZ-instellingen komen. In Amsterdam is de GGD de trekker en regisseur en de gemeente heeft een structurele financiering voor het project toegewezen.

Het is essentieel dat er voldoende tijd en middelen vrijgemaakt worden om een projectleider en tenminste een casemanager aan te stellen.

Voor implementatie van casemanagement is samenwerking en draagvlak bij ziekenhuizen, GGZ-instellingen en huisartsen nodig.

Voor implementatie van de gatekeeperstrainingen moet eerst een poel van opgeleide trainers zijn. Daarna is het belangrijk dat draagvlak bij verschillende organisaties gecreëerd wordt, zodat ze gatekeeperstrainingen voor hun medewerkers willen aanbieden.

Om de gespreksgroepen voor nabestaanden van suïcide te laten functioneren, is investering van de GGZ-instellingen nodig en goed opgeleide rouw-begeleiders of preventie werkers.

Monitoring van methoden en middelen van suïcide vereist een betrouwbare registratie van suïcides in de gemeente of de regio.

Materialen

Rapport “Suïcidepreventie. Een lokaal plan van aanpak”, Handleiding casemanagement, Vragenlijsten casemanagement, Handleiding gatekeeperstraining, Vragenlijsten evaluatie gatekeeperstraining, Handreiking begeleiders nabestaanden suïcide, Procesevaluatie, Folder “En hoe gaat het nu verder?”, Folder “Rouw na zelfdoding” . Zie Bijlagen.

Document(en)
Kwaliteit en effectiviteit
Erkenningsstatus Goed onderbouwd
Datum erkenning 10-09-2020
Oordeel commissie

Suïcidepreventie Amsterdam is gericht op een belangrijk gezondheidsprobleem en heeft een mooie, integrale aanpak met een goede onderbouwing. De beschrijving maakt goed inzichtelijk welke stappen gezet moeten worden om dit programma elders in te zetten. Pijler 1 t/m 3 zijn heel duidelijk, pijler 4 kan beter uitgewerkt worden. Tot slot is er nog aandacht nodig voor de implementatie van deze interventie. Het is mooi programma dat het waard is om op meerdere plekken beschikbaar te zijn.

Interventie is beoordeeld door Commissie 4: Gezondheidsbevordering en preventie voor volwassenen en ouderen (RIVM)
Onderzoek

Gatekeeperstrainingen
De belangrijkste studie naar het effect van de gatekeeperstrainingen is The Nuremberg Alliance Against Depression Initiative (Hegerl et al., 2006), waar een afname van 26% van de suïcidepogingen geconstateerd wordt. In Nederland is de effectiviteit van deze trainingen ook aangetoond, namelijk toenemende kennis en zelfvertrouwen om in gesprek te gaan met mensen met suïcidale gedachten (Terpstra et al., 2018).

Casemanagement
Een grootschalige studie in Taiwan levert overtuigend bewijs dat de inzet van een casemanager bijdraagt aan de totstandkoming van passende hulp (Chen et al., 2012). Het onderzoek van GGD Amsterdam en OLVG West laat zien dat 77% van de pogers accepteert de hulp van de casemanager (Dekker et al. BMC Psychiatry (2017).

Bevorderen van een gevarieerd en toegankelijk lokaal hulpaanbod voor nabestaanden
Vier gecontroleerde studies geven aan dat de gespreksgroepen effectief kunnen zijn in vergelijking met geen interventie. De duidelijkste effecten zijn gevonden op het verminderen van de intensiteit van ongecompliceerde rouw. Daarnaast geven bevindingen een grote tevredenheid van de deelnemers aan.

Beperken toegang tot dodelijke middelen
In de internationale studie van Mann et al., 2005, wordt beperken van de toegang tot dodelijke middelen als een van de twee interventies met de meest duidelijke effecten genoemd.

Eigenaar en contact
Eigenaar GGD Amsterdam
Contactpersoon Lyna Polikar, lpolikar@ggd.amsterdam.nl, 0622727861