Ik kies voor zelfcontrole

Naam interventie Ik kies voor zelfcontrole
Erkenningsstatus Goede aanwijzingen voor effectiviteit
Datum erkenning 21-04-2017
De interventie in het kort
Doelgroep

Ik kies voor zelfcontrole is bedoeld voor kinderen in de leeftijd van 8 tot en met 12 jaar die te snel, te heftig en te vaak agressief reageren. Vaak is er ook sprake van opstandigheid, brutaliteit en andere vormen van antisociaal gedrag. Leerkrachten vormen de intermediaire doelgroep.

Doel

De training heeft als doel om (externaliserende) gedragsproblemen zoals agressief gedrag en disruptief gedrag van de kinderen te verminderen, zodat het kind en zijn omgeving daar minder onder lijden.

Aanpak in het kort

Ik kies voor zelfcontrole bestaat uit een kind- en een leerkrachttraining. De kindtraining wordt gegeven in groepjes van vier tot zes kinderen. Vooraf wordt met een individueel gesprek met het kind en de leerkracht gestart, daarna komen de kinderen in een groepje negen keer bij elkaar. Met de kinderen wordt middels cognitief gedragstherapeutische technieken gewerkt aan het verbeteren van hun sociaal cognitieve vaardigheden. In de leerkrachttraining wordt in vijf gesprekken psycho-educatie gegeven aan de leerkracht Daarnaast is er een ouderavond.

Uitvoering
Type organisatie

De interventie is opgezet om in de context van de school uitgevoerd te worden, organisaties die ambulant werk op school verrichten verzorgen deze interventie/ training (organisaties zoals schoolmaatschappelijk werk, jeugdhulpverlening). Indien Samenwerkingsverbanden van scholen een schoolpsycholoog in dienst hebben, kunnen zij zelf de training verzorgen. Deze kan de interventie i.s.m. bijvoorbeeld een intern begeleider uitvoeren. Scholen kunnen samenwerken met jeugdhulporganisaties of met wijkteams met expertise op het gebied van jeugdhulpverlening.
De trainingsbijeenkomsten van de kinderen worden op school telkens in dezelfde ruimte uitgevoerd. De gesprekken met leerkrachten kunnen op school gevoerd worden, eveneens bij voorkeur in een rustige ruimte waar de leerkracht niet in de verleiding wordt gebracht om tijdens het gesprek zich met andere dingen bezig te houden. Gesprekken met ouders vinden normaliter buiten schooltijd plaats, de locatie kan in onderling overleg worden bepaald.

Randvoorwaarden

Organisatorische randvoorwaarden:
Scholen zijn geschikt om de training aan te bieden indien zij de informed consent van ouders kunnen waarborgen, continuïteit kunnen bieden (vast tijdstip, vaste trainer), goede randvoorwaarden kunnen realiseren voor een veilige uitvoering van de training (goede ruimte) en de privacy van de kinderen kunnen beschermen. Ook is het belangrijk dat de training door het leerkrachtenteam en de schoolleiding wordt gedragen. Overleg met en toestemming van ouders is een absolute voorwaarde voor deelname van het kind.

Contextuele randvoorwaarden:
Een randvoorwaarde is dat de kindtraining op school binnen schooltijd wordt uitgevoerd. Vermeden moet worden dat een kind een leuke les mist door de training, want dat gaat ten koste van de motivatie. De leerkracht dient na te gaan of hij/zij het lesprogramma aan moet passen om te voorkomen dat kinderen belangrijke lesstof missen. De trainingsbijeenkomsten moeten steeds in dezelfde ruimte uitgevoerd worden. De ruimte moet zo ingericht zijn dat er geen afleidende prikkels zijn in en om de ruimte heen. Er is geen raam met uitzicht op het speelplein waar andere kinderen pauze hebben. Niet in een gymzaal met ruimte om te rennen en speelapparaten. Kinderen moeten op een stoel kunnen zitten en schrijven aan een tafel zonder elkaar te storen. Er moet ruimte zijn om een kring van stoelen te maken en ruimte voor de rollenspellen. Alle uitlokkende factoren voor ongewenst gedrag tijdens de training (met elkaar stoeien, spelen, vechten, praten) dienen te worden vermeden. Op school dient duidelijk kenbaar te worden gemaakt dat er op de gereserveerde tijd geen gebruik van de ruimte door anderen kan worden gemaakt.

NB Van belang is dat de inhoud van de training niet veranderd wordt; de training kent een vaste opbouw en bestaat uit specifieke evidence based methodieken. In deze vorm is de training onderzocht en effectief gebleken.

Materialen

De interventie bestaat uit een trainershandleiding voor de trainers en een werkboek voor het kind (‘actieboek’ genaamd)(De Boo & Liber, 2014a; 2014b). Daarnaast is er een supplement voor leerkrachten en een supplement voor ouders.

Document(en)
Kwaliteit en effectiviteit
Erkenningsstatus Goede aanwijzingen voor effectiviteit
Datum erkenning 21-04-2017
Interventie is beoordeeld door Commissie 1: Jeugdzorg en psychosociale/pedagogische preventie (NJi)
Onderzoek

De training is onderzocht op effectiviteit. Aan het onderzoek namen zeventien basisscholen deel, 83 leerkrachten en 173 kinderen uit groep 5 tot en met 8. De kinderen zaten merendeels op scholen in zogenaamde ‘probleemwijken’ en kwamen voornamelijk uit gezinnen met een lagere sociaal economische status en hadden een gevarieerde etnische achtergrond. Vergeleken is of kinderen die aan de training hadden deelgenomen meer veranderden wat betreft gedragsproblemen dan kinderen die nog op de wachtlijst stonden. Zowel ouders als leerkrachten van de deelnemende kinderen constateerden direct na afloop van de training een significante afname van gedragsproblemen ten opzichte van kinderen van de wachtlijst. Bij een meting drie maanden later bleek dat de kinderen volgens ouders, leerkrachten èn klasgenoten nog steeds minder gedragsproblemen vertoonden ten opzichte van voor de behandeling en dat sommige kinderen nog meer vooruit waren gegaan (Liber, De Boo, Huizenga, & Prins, 2013, 2015).

Eigenaar en contact
Eigenaar Universiteit Utrecht
Contactpersoon Gerly M. de Boo, g.m.deboo@uva.nl, 020-5256817
Juliƫtte Liber, j.m.liber@uu.nl, (030) 253 47 00