Denken en Doen

Naam interventie Denken en Doen
Erkenningsstatus Goed onderbouwd
Datum erkenning 03-10-2019
De interventie in het kort
Doelgroep

De doelgroep is ouderen (in de leeftijd van 60+). Bij deze (oudere) leeftijdsgroep komen sociale isolatie en eenzaamheid vaker voor. Potentiële deelnemers worden aangeschreven op basis van een keuze door/via de gemeente. Daarnaast kan de gemeente selecteren op additionele risicofactoren voor eenzaamheid, bijvoorbeeld ouderen die alleen wonen of zij die wonen in een kwetsbare wijk of buurt. Hierbij gelden geen toegang-selectie criteria, omdat een gemêleerde groepssamenstelling van eenzame en niet-eenzame ouderen wordt beoogd. 

Doel

Ouderen (60+) krijgen door deelname aan Denken en Doen meer sociale contacten en vergroten daardoor hun sociale netwerk, waardoor eenzaamheid vermindert of wordt voorkomen. Hierbij wordt bridge ingezet als middel om mensen met elkaar in contact te brengen en (langdurig) met elkaar te verbinden.

Uitvoering
Type organisatie

De speelgelegenheid: Bijeenkomsten gaan wekelijks plaatsvinden in een ‘speelgelegenheid’. In totaal zijn er over twee jaar ruim 88 bijeenkomsten. De zaal moet voor de doelgroep (ook mensen met een beperking) toegankelijk en bereikbaar zijn. Meestal is dit een buurtcentrum, maar het kan ook een zaal zijn in een zorgcentrum of aanpalend aan een kerk. Bridgeclubs hebben meestal geen zalen in eigendom. De zaal moet voor deze gelegenheid besloten zijn (een openbare horeca gelegenheid voldoet niet). Hierin moeten tenminste 7 losse tafels staan met rondom elk 4 stoelen, rolstoeltoegankelijkheid (en –manoeuvreerruimte) is gewenst. De aanwezigheid van een beamer/projectiescherm is een pré. De interventie is ontworpen voor max. 60 personen die in eerste instantie worden verdeeld over twee lesgroepen van max. 28-32 personen. Een belangrijk moment vindt plaats na stap 4 omdat in stap 5 lesgroepen worden samengevoegd. Er zijn vanaf dit moment dus aanzienlijk meer tafels en stoelen nodig. Het benodigde oefenmateriaal wordt door de bridgedocent meegenomen, indien het niet ter plaatse kan worden opgeslagen, wat de voorkeur heeft.

 

Type organisatie:

a) Gemeenten en organisaties voor ouderenzorg (die, mede, het gemeentelijkbeleid voor ouderenzorg uitvoeren).

b) Bridgeverenigingen

c) BridgeBond

Het is afhankelijk van de financiering van de interventie hoe deze organisatorisch is verankerd. Heeft de gemeente bijvoorbeeld opdracht gegeven aan de BridgeBond dan neemt deze de verantwoordelijkheid voor de uitvoering. Gemeenten kunnen zich laten vertegenwoordigen door een zorginstelling waarmee wordt samengewerkt.

Ad a. Gemeenten en organisaties voor ouderenzorg Denken en Doen sluit aan bij het gemeentelijk ouderenbeleid. De gemeente speelt een rol in de financiering en werving van deelnemers. Veel gemeenten besteden de uitvoering van hun ouderenbeleid uit aan een organisatie voor ouderenzorg/welzijn. Deze organisatie wordt dan binnen de interventie aanspreekpunt. De selectie en aanschrijving van deelnemers gebeurt onder verantwoording van de gemeente (zie ook paragraaf 1.1 selectie van doelgroepen).

Ad b. Bridgeverenigingen Er wordt met de lokale bridgeclubs samengewerkt omdat zij zorgen voor vrijwilligers (tafelbegeleiders) en bijdragen aan continuïteit van het opgezette netwerk na 2 jaar (deelnemers kunnen dan (soms als satellietclub) aansluiten bij de lokale bridgeclub.

Ad c. BridgeBond De BridgeBond is enerzijds aanjager van Denken en Doen projecten, waarbij zij deze interventie onder de aandacht van gemeenten en andere betrokken organisaties in het veld van ouderen brengt, en anderzijds uitvoerder die een belangrijke rol heeft in de eerste stap (voorbereiding interventie) van de interventie. Het landelijk overzicht en bereik van bridgeclubs en voor Denken en Doen relevante bridgedocenten door de BridgeBond is hier belangrijk. Ook levert de BridgeBond tal van de voor de interventie benodigde materialen.

Randvoorwaarden

Organisatorische Randvoorwaarden

Er zijn geen andere organisatorische randvoorwaarden dan dat de betrokken organisaties en uitvoerders integer hun rol kunnen en willen vervullen en de hiervoor aangewezen middelen willen inzetten. Voor de bridgedocenten betekent dit dat zij de verplichte docenteninstructiebijeenkomst en bijgeleverde instructie voor docenten volgen en beschikken over de vereiste competenties (zie paragraaf ‘Opleiding en competenties uitvoerders’). Voor de bridgeclubs betekent dit het leveren van tafelbegeleiders en aandacht voor continuïteit na afloop. Gemeenten moeten energie willen steken in de werving (en vooral selectie) via het BRP. De BridgeBond moet capaciteit en ruimte hebben om het gehele proces te begeleiden.

 

Contextuele randvoorwaarden

Het goed doorlopen van de voorfase bij elke interventie (bestaande uit het leggen van een verbinding tussen de betrokkenen: de aanbieder, de gemeente, eventueel de ouderenstichting/welzijnsorganisatie in de buurt, een lokale bridgeclub, een geschikte (en beschikbare) bridgedocent en de BridgeBond en soms een intermediair als buurtsportcoach of de lokale sport-serviceorganisatie) is een logische randvoorwaarde. Zonder een positieve wil bij deze betrokkenen geen overeenstemming en geen interventie. De manier waarop het opgezette netwerk na de interventie wordt gecontinueerd is lokaal maatwerk.

Op diverse manieren kan het bridge worden ingezet om de sociale interactie binnen de groep te ondersteunen. Als beoogd wordt dat het netwerk na afloop van de interventie als een zelfstandige club/middagclub verder gaat, wordt er op minimaal 40 deelnemers bij aanvang gemikt. Extra aandacht inzake de beschikbaarheid van kader en accommodatie na afloop van de interventie is dan nodig. Als beoogd wordt dat het netwerk instroomt bij een bestaande bridgevereniging (beginnerslijn) -al dan niet als aparte middagclub- dan kan wellicht worden volstaan met een lagere ondergrens van het aantal startende deelnemers (vanaf ca. 16-20). Aandacht moet dan worden besteed aan de integratie tussen bestaande en nieuwe clubleden. Maar uiteraard kunnen deelnemers ook zelfstandig of in incidentele formaties hun weg binnen de bridgewereld vinden. Hiervoor is belangrijk dat deelnemers na afloop van de interventie door de bridgedocent worden gewezen op en bekend zijn gemaakt met alternatieve mogelijkheden om te blijven bridgen in hun (eigen) buurt.

Document(en)
Kwaliteit en effectiviteit
Erkenningsstatus Goed onderbouwd
Datum erkenning 03-10-2019
Oordeel commissie

Denken en Doen is gericht op het verminderen en voorkomen van eenzaamheid door het bewerkstelligen van een (nieuw) sociaal netwerk onder de doelgroep, met bridge als middel. De onderbouwing hiervoor is overtuigend neergezet. Dit oordeel is echter niet door te trekken naar bewegen. Sport en bewegen kunnen wel gekoppeld worden aan de interventie, maar het moet geen doel op zich zijn. 
Door de laagdrempeligheid is de interventie aantrekkelijk en een goed voorbeeld van samenwerking tussen de 0e en 1e lijn.
De handleiding is helder, maar summier en de uitvoering vereist daardoor een ervaren trainer. 

Eigenaar en contact
Eigenaar Nederlandse Bridge Bond
Contactpersoon Berit van Dobbenburgh, Berit@bridge.nl, 030 275 9915
Verwijzingen
Interventieoverzichten