Bemoeizorg in de Jeugdgezondheidszorg

Naam interventie Bemoeizorg in de Jeugdgezondheidszorg
Erkenningsstatus Eerste aanwijzingen voor effectiviteit
Datum erkenning 14-04-2016
De interventie in het kort
Doelgroep

De doelgroep van de interventie bestaat uit multiprobleemgezinnen. Een multiprobleemgezin is een gezin dat langdurig kampt met een combinatie van sociaaleconomische en psychosociale problemen. In de ogen van hulpverleners zijn deze gezinnen moeilijk te helpen, omdat ze vaak ook problemen hebben met hulpverleners en zorginstellingen. Andersom is dit vaak ook het geval.

Doel

De interventie wil ten eerste bewerkstelligen dat de ouders de zorgen over de ontwikkeling van de kinderen gaan onderschrijven (‘gedeelde zorg’) en ontvankelijk worden voor ondersteuning of hulp. De interventie beoogt vervolgens dat het sociale netwerk van het gezin en hulpverlenende instellingen daadwerkelijk en in samenhang ondersteuning gaan bieden aan het gezin.

Aanpak in het kort

Bemoeizorg wordt ingezet wanneer via de reguliere JGZ-contacten geen werkbaar contact met het gezin is. Ook kan de JGZ signalen van ketenpartners over een gezin oppakken. Kenmerkend

voor bemoeizorg is de actieve, outreachende werkwijze. Hierbij neemt de JGZ-medewerker zelf initiatieven richting gezinnen die daar niet om gevraagd hebben. Dit maakt dat bemoeizorg normatief beladen is,

hetgeen bijzondere eisen stelt aan de uitvoerende professionals. Op het moment dat ingang in het gezin verkregen is, wordt samenwerking met de ouders op gang gebracht. Die is gericht op het bereiken van overeenstemming over een hulpvraag. Daarna volgen het opstellen van een gezinsplan en toeleiding naar zorg om de ondersteuning te realiseren. Het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ is hierbij leidend. De gehele begeleiding duurt ongeveer zes maanden. De aanpak is

uitgewerkt in zes interventie-stappen, met elk hun eigen subdoelen.

Uitvoering
Type organisatie

JGZ-organisaties voor 0-4 jarigen, voor 4-19 jarigen en voor 0-19 jarigen kunnen de interventie uitvoeren op de volgende locaties:

  1. kantoor van de JGZ
  2. Op de plek waar het gezin op een laagdrempelige manier benaderd kan worden in de eigen omgeving. Dit is vaak bij het gezin thuis, maar het kan ook op andere plaatsen zijn (op school, op het schoolplein, bij de peuterspeelzaal, bij de kinderopvang, op de speelplaats, op straat).
  3. bij het gezin thuis
  4. bij het gezin thuis of op het kantoor van de JGZ
  5. bij het gezin thuis, op het kantoor van de JGZ, op het kantoor van een andere instelling
  6. kantoor van de JGZ
Randvoorwaarden

Er dient een helder beleid te zijn over de manier waarop gezinnen instromen in de JGZ-bemoeizorg. Afspraken hierover worden gemaakt op lokaal/regionaal niveau met de ketenpartners van de Jeugdgezondheidszorg zodat deze afspraken passen binnen het signaleringsnetwerk voor multiprobleemgezinnen. Voor de positionering binnen de JGZ-organisatie zijn er twee varianten. De eerste variant is dat alle JGZverpleegkundigen bemoeizorg uitvoeren, naast hun reguliere werkzaamheden (het generieke model). Het belangrijkste argument voor deze vorm is dat de bemoeizorg dan een natuurlijk onderdeel vormt van de zorg en ingezet kan worden als vervolg op eerdere signalen en binnen bestaande netwerken met ketenpartners. In de regio West-Brabant is voor dit model gekozen. De interventie wordt daar dus in zijn geheel door één

verpleegkundige uitgevoerd. Dit is de ‘eigen’ verpleegkundige van het gezin, met andere woorden: de verpleegkundige die ook het eerste contact heeft gelegd met het gezin. De tweede variant is dat bemoeizorg

wordt uitgevoerd door JGZ-verpleegkundigen die zich erin gespecialiseerd hebben of zich erin willen specialiseren (het specialistische model). Het feit dat dit werk specifieke vaardigheden vereist, pleit voor deze opzet. In dit model is het van belang dat er afstemming plaatsvindt tussen de bemoeizorgverpleegkundige en de ‘eigen’ verpleegkundige van het gezin, met name in de opstartfase en de laatste fase van de interventie. Naast aandacht voor positionering binnen de JGZ, dient de bemoeizorg gepositioneerd te worden in het gehele zorgaanbod. In de huidige periode van transitie van de jeugdzorg vraagt dit aspect extra aandacht.

Ketenpartners van de JGZ moeten weten wat bemoeizorg te bieden heeft en waar de mogelijkheden en beperkingen liggen van de bemoeizorg. Hierbij behoren ook afspraken over zorgcoördinatie. Voor gemeente en instellingen dienen elkaars deskundigheid, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken helder te zijn (Zandvoort et al 2012). Omdat bemoeizorggezinnen niet goed passen in vaste structuren en protocollen van de JGZ moet de bemoeizorg flexibel georganiseerd zijn, zodat medewerkers handelingsruimte hebben om maatwerk te leveren. Deze ruimte moet ingebed zijn in methodisch werken om te voorkomen dat de bemoeizorg oncontroleerbaar en ongestructureerd wordt (Van Doorn et al 2008).

Materialen

De interventie staat beschreven in een interventiehandleiding ‘Outreachend werken in de Jeugdgezondheidszorg. Handleiding voor de interventie ‘Bemoeizorg in de JGZ’ (Rots-de Vries et al 2016). Deze handleiding is gebaseerd op onderzoek naar de doelgroep, de gehanteerde methodieken, de doelrealisatie, effecten en randvoorwaarden van de interventie. Dit onderzoek heeft bij diverse JGZafdelingen plaatsgevonden, in gemeenten van uiteenlopende omvang verspreid over het land. De handleiding is gebaseerd op de onderzoeksbevindingen en de praktijkervaringen, aangevuld met gegevens over outreachende hulpverleningsmethodieken uit de wetenschappelijke literatuur en de vakliteratuur.

Document(en)
Kwaliteit en effectiviteit
Erkenningsstatus Eerste aanwijzingen voor effectiviteit
Datum erkenning 14-04-2016
Oordeel commissie

Bemoeizorg in de Jeugdgezondheidszorg sluit goed aan bij de kenmerken van de doelgroep van multiprobleemgezinnen. De uitgewerkte methodiek in vijf processtappen met elk hun eigen inhoud en subdoel is goed bruikbaar. De anderssoortige aanpak maakt het een relevante interventie.

De interventie is sterk als het gaat om het bereiken multiprobleemgezinnen en toegeleiding naar zorg. Dit effect is aangetoond in twee studies met een voor-en nameting. Effecten op het verbeteren van kind- en gezinsproblemen zijn niet aangetoond

Interventie is beoordeeld door Commissie 2: Jeugdgezondheidszorg, preventie en gezondheidsbevordering (voor jeugd) (RIVM)
Onderzoek

Na evaluatie van de pilot-interventie in één gemeente, heeft een onderzoek plaatsgevonden in meerdere gemeenten verspreid over het land. Dit onderzoek heeft de doelgroep, gehanteerde methodieken, de doelrealisatie en de randvoorwaarden onderzocht en in samenhang beschreven, resulterend in de interventie-handleiding.

Eigenaar en contact
Eigenaar GGD West-Brabant
Contactpersoon Carin Rots - de Vries, C.Rots@ggdwestbrabant.nl, 076 5282 000